InfoNu.nl > Electronica > Geschiedenis > Het atoommodel van Bohr

Het atoommodel van Bohr

Het atoommodel van Bohr Niels Bohr leverde een immense bijdrage aan de natuurkunde. Hij geldt als een van de grondleggers van de atoomfysica, en staat tevens aan de basis de spectaculaire theorie (uit de 20e eeuw) quantumfyscia. Het atoommodel van Bohr beschrijft hoe een atoom in elkaar zit en hoe het zich gedraagt. Bohr bouwde voort op de theorie van een andere bekende natuurkundige, Ernest Rutherford.

Hoe men vroeger dacht

De oude Grieken bedachten het atomisme. Deze leer stelt dat alle materie is opgebouwd uit ontelbare ondeelbare deeltjes. A-tomos betekent letterlijk: onsnijdbaar. Men filosofeerde over de vraag of stoffen oneindig vaak deelbaar zijn of niet. Aangenomen dat materie niet oneindig vaak deelbaar zou zijn, dan zouden de 'overgebleven' deeltjes een grootte en een massa moeten hebben. De eerste die deze stelling aanhing was Democritus.

Nadat de natuurwetenschappen na de renaissance tot grote bloei kwamen, kwam onderzoek naar materie weer onder de aandacht. De kleinste destijds bekende deeltjes werden in de 19de eeuw atomen genoemd. Later werd duidelijk dat deze deeltjes opgebouwd waren uit nog kleinere deeltjes.

Het atoommodel van Rutherford

De Nieuw Zeelandse natuurkundige Ernest Rutherford stelde in 1911 een atoommodel op dat gebaseerd was op een kleine positief geladen kern, waaromheen een elektron cirkelt. Hij was al in 1898 tot de conclusie gekomen dat de straling van radioactief materiaal uit twee soorten bestaat (alfa en beta). Het was al bekend dat straling een dualistisch karakter heeft: het gedraagt zich niet alleen als golf maar ook als deeltje.

Bron: Https://nl.wikipedia.orgBron: Https://nl.wikipedia.org
Op basis van metingen aan de verstrooiing van alfa-deeltjes stelde Rutherford:

  • Atoom = orde van grootte 1 Angstrom = 1 [A] = 1 E-10 [m],
  • Atoomkern (nucleus) bevat vrijwel de gehele massa,
  • Atoomkern is circa 10,000 keer zo klein als het atoom,
  • Elektronen cirkelen rondom de kern.

De bezwaren tegen dit model konden als volgt worden samengevat:

  • Het model is niet stabiel: het elektron zal terugvallen in de kern als het straling uitzendt (afgifte van energie)
  • Het model levert geen verklaring voor het lijnenspectrum prisma van licht.

Het atoommodel van Bohr

In 1912 ging de Deense natuurkundige Bohr samenwerken met Rutherford. Door de kwantumtheorie van Max Planck te combineren met Rutherfords model ontstond het atoommodel van Bohr. De theorie vormt de grondslag voor de moderne kernfysica.

Bohr stelde de volgende hypothesen op:
  • Een elektron kan zich steeds in bepaalde banen (met bepaalde energieën) bevinden.
  • In stabiele toestand zit een elektron in de grondtoestand.
  • Een elektron kan zich in een aangeslagen toestand bevinden (met hogere energie).
  • Zo'n elektron valt terug naar de grondtoestand onder uitzending van straling.

De eerste stelling verklaart de stabiele toestand waarin een 'normaal' atoom zich bevindt: elektronen vallen niet terug naar de kern. Een aangeslagen toestand kan door verschillende oorzaken optreden, bijvoorbeeld door verhitting. Stel de energie in de grondtoestand is gelijk aan W1 en voor de aangeslagen toestand W2. Dan geldt voor de uitgezonden straling:
De quanten (energiepakketjes) hebben een energie van:

  • E = h x f = W2 - W1 = hc/λ
Met:
  • h = constante van Planck = 6.625 x 10E-34 [Js]
  • f = stralingsfrequentie [Hz]
  • λ = stralingsgolflengte [m]
  • c = lichtsnelheid ≈ 3.0 x 10E8 [m/s]

Schillen

Bron: TronicBron: Tronic
Wat betekenen die verschillende toestanden? Volgens het atoommodel van Bohr bevinden de elektronen van een atoom zich in een aantal schillen rondom de kern. Elke schil heeft zijn eigen energieniveau. Het aantal elektronen dat een schil kan bevatten is beperkt. De schillen worden als volgt gerangschikt (met toenemende afstand tot de kern): K, L, M, N, O, P en Q. Schilnummer 'n' bepaalt het maximaal aantal elektronen per schil:

  • #elektronen,max = 2 x n² (geldig t/m n=4)

De elektronen van een stabiel atoom gaan altijd in de schillen met de laagst mogelijke energie zitten.
Als voorbeeld kunnen we het Lithium atoom bekijken. Lithium heeft 3 elektronen:

  • De K-schil kan bevatten: 2x(1)²= 2 elektronen --> 2 elektronen bezetten de schil, die dus vol is.
  • De L-schil kan bevatten: 2x(2)² = 8 elektronen --> 1 elektron bezet deze schil.
© 2009 - 2017 Tronic, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Hoe zijn atomen opgebouwd?Als we met een molecuulmodel een molecuul nabootsen, zien de atomen eruit als massieve bolletjes. Lange tijd werd gedach…
Elektronbanen in het zuurstofatoomElektronbanen in het zuurstofatoomIn de klassieke natuurkunde was men gewend aan het idee dat alle verschijnselen voorspelbaar zijn, men moest alleen de j…
Kwantumfysica AtoomspectraDe kwantumfysika werd opgesteld in 1925; het bleek een theorie waarmee het gedrag van materie op atomair niveau bijzonde…
Fotonen voor dummiesLicht is een heel speciaal verschijnsel. We staan er in het dagelijks leven niet vaak bij stil, maar ook licht bestaat u…
Kwantumfysica het golfkarakter van materieVoordat de kwantumfysica opgesteld was, ontdekte men in de natuurkunde steeds meer verschijnselen die niet met de klassi…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Tronic
  • Natuurkunde 4, J. Ritzen, Hogeschool Enschede
  • Quantenphysik und Statistik, Alonso/Finn
  • Afbeelding bron 1: https://nl.wikipedia.org
  • Afbeelding bron 2: Tronic

Reageer op het artikel "Het atoommodel van Bohr"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Tronic
Laatste update: 10-03-2017
Rubriek: Electronica
Subrubriek: Geschiedenis
Bronnen en referenties: 5
Schrijf mee!